februari 8, 2010

Dagboek van een inburgeringscoach

Onderzoeken zijn er zat, maar er is ook genoeg drama in de inburgering. Daarom binnenkort op dit blog: Dagboek van een inburgeringscoach.

oktober 18, 2009

Gerecenseerd

Erg de moeite waard: Nacht in Moizambique.

http://www.8weekly.nl/artikel/7773/laurent-gaud-nacht-in-mozambique.html

oktober 8, 2009

Geef leraren minder vakantieweken (en gooi verbitterde brompotten eruit)

Leraren schijnen het maar niets te vinden om iets van hun vakantie in te leveren. Ergens is dat wel logisch. Maar deze instelling kenmerkt een mentaliteit die ook op microniveau, namelijk in de lerarenkamer, te vinden is. Maar voor een hogere kwaliteit in het VO zijn radicale stappen nodig – zowel van de kant van de werkgever als van de leraar.

Mijn persoonlijke ervaring leert dat er maar weinig docenten zijn die echt progressief in hun vak zijn. Een veel gehoord credo is dat als de deur van het klaslokaal dicht is, de wereld daarachter aan de docent toebehoort. En dan is er nog de docent die al veel te lang in het vak zit, verbitterd is over zijn nooit bereikte promotie en doet alsof hij alles wel gezien heeft in onderwijsland. Die helpen ook niet veel mee aan innovatie.

Het beste is daarom om die deur open te gooien. Leraren die slecht presteren, hun vak niet meer leuk vinden of simpelweg niets meer voor leerlingen kunnen betekenen, moeten of gecoacht of de laan uit gestuurd worden. De docent moet veel vaker beoordeeld worden dan die ene keer, wanneer het erop aankomt of hij al dan niet een vaste aanstelling krijgt. Als er meerdere beoordelingsmomenten zijn, heeft de vakdocent veel meer kans om bij te sturen, de kwaliteit van zijn onderwijs hoog te houden en misschien zelf zijn onvrede te uiten.

Want het moet uiteraard van twee kanten komen. Nederland is het land met het grootste aantal lesuren per docent per week. In Frankrijk en Groot-Brittanië schijnen leraren op middelbare scholen zelf meer te verdienen voor minder lesuren per week. Dat zijn schandalige toestanden, want een groot deel van de ‘bulk sum’ die elke school krijgt gaat naar de LD- en LC-schalen van het schoolbestuur. Met al die middelen kunnen de klassen ook kleiner gemaakt worden (waardoor de werkdruk afneemt) en kunnen leraren ZONDER extra taken een week minder vakantie vieren.

Want ook dat is nodig: minder vakantie. Het lijkt erop alsof docenten al hun vakantieweken nodig hebben, maar dat is net als met geld, en met belminuten: als je meer hebt gaat het wennen. Een ordinaire Pavlovreactie zorgt er dus voor dat de discussie over het aantal vakantieweken van leraren angstvallig vermeden wordt. De angst voor extra taken is eveneens ongegrond, en gebaseerd op een voorspelling die nog niet eens beproefd is. Met koffiedik kijken wordt de problematiek in het onderwijs niet opgelost. Maar juist met meer werktijd, hetzelfde aantal taken en kleinere klassen krijgt de lesgevende, hardwerkende Nederlander echt lucht.

oktober 5, 2009

Recensie Logicomix

Beeldroman van het jaar, als je het mij vraagt. Zie http://bit.ly/Hq3ms

oktober 4, 2009

Recensie Contrabande – Jacques Kruithof

Onlangs een stuk over dit boek geschreven, te lezen op http://www.8weekly.nl/artikel/7506/jacques-kruithof-contrabande.html

april 27, 2009

Jean-Marie Berckmans, Vier laatste verhalen en enige nagelaten brieven.

Vorig jaar overleed Jean-Marie Berckmans. Voor degenen die nog nooit van hem gehoord hebben: dat is ook niet zo verwonderlijk. Ondanks het feit dat hij een stevige status als cultschrijver had, is hij nooit echt doorgedrongen tot het grote publiek. Dat is jammer, want zowel zijn primaire werk als zijn poëticale opvattingen zijn interessant, en zeer de moeite van het kennen waard.

De bundel Vier laatste verhalen en enige nagelaten brieven is postuum verschenen en het bevat naast een viertal verhalen enige brieven en een nawoord van de uitgever. Bent u, net als ondergetekende, een leek in het werk van Berckmans, dan is het essentieel dit nawoord te lezen, alvorens aan de rest te beginnen. Het helpt namelijk de verhalen en de brieven in een kader te plaatsen. Bent u meer van de sprong in het diepe, dan begint u simpelweg aan het begin. Deze aanwijzing doet wellicht denken aan Rayuela: een hinkelspel van Julio Cortázar. Ook dit boek kun je op twee manieren lezen: of van bladzijde 1 tot en met 300, of volgens de aanwijzingen van de schrijver en beginnende bij een willekeurig hoofdstuk, om via een omweg, een hinkelspel, de rest van het verhaal te lezen. Echter, het hinkelspel dat zich in Berckmans’ verhalen verschuilt, opereert niet zozeer op het niveau van de hoofdstukken, maar op het niveau van de taal.

Inhoudelijk lijkt de verteller nu eens naar een pointe toe te werken, dan weer te verspringen naar een totaal ander deel van zijn vertelling, dat er ergens wel iets mee te maken heeft, maar wat dat is onduidelijk. Samen met de positionering van de woorden krijgen de verhalen in deze bundel sterke poëtische eigenschappen. Bijvoorbeeld het begin van het verhaal ‘Kleine wandaden. Vijf tabloos bij de dood van Potske’:

‘Vandaag is het vrijdag en morgen is het zaterdag. Omdat die dingen zo in elkaar zitten, werken die dingen zo. Potske is altijd stoont. Vrijdag en zaterdag is Potske niet stoont. Gisteren in de late namiddag was Potske stoont en bovendien had Dikke Lou hem ladderbezopen en stomzat en straaldronekn gevoerd met het oog op harde, gore, vuile seks in de bruine kont van Potske. Het raam van Potske stond open en rozen die bloeiden, loeiden de ether in van ons aller Bidonville Moestafa.’

Dit springerige, energieke karakter komt in alle vier de verhalen terug. Evenals de figuur Kasjpoesjeir Krot, wiens identiteit in ieder geval mij nog steeds onduidelijk is. Maar met titels als ‘Perfekte dag voor een mooie revolutie’, ‘Uit het leven van enen Wildzang & eene heftig claxonnerende vliegende zottin’ en ‘Sorry Naomi, Merci Kristien’ mag de lezer ook niet verwachten dat hij op verhalend niveau op zijn wenken bediend wordt.

Neen, die lezer dient hard te werken, en te graven in de verhalen. Niet één keer lezen, maar twee, het liefst vier keer. Zo lijkt elk verhaal moeilijk te lezen en ontoegankelijk, maar bevat het eigenlijk veel verwijzingen naar de werkelijkheid ‘daar buiten’. Het is een kwestie van goed zoeken. En één ding is in ieder geval duidelijk: zo had Berckmans het ook gewild. Hij had een diepe hekel aan makke, aan de realiteit refererende fictie. Daarnaast kon Berckmans putten uit, zoals het nawoord vermeldt, een aanzienlijke hoeveelheid eclectische kennis. En dat doet hij dan ook in de verhalen in deze bundel. Het aangehaalde voorbeeld met de verwijzing naar de rij van Fibonacci bevestigt dat. Voor de verhalen van Berckmans moet je er duidelijk ‘in’ zitten. Daarom zou ik zeggen: voor de liefhebber. Deze recensie is ook verschenen op de website van Literair Nederland.

maart 29, 2009

Waargebeurd verhaal

Voor iedereen die van speelfilms (RTL 8) houdt die ‘based on a true story’  zijn: dit is niet voor jullie.

Alle op waarheid gebaseerde verhalen zijn in 1 zin te vertellen: deze site bewijst dat. Het concept van ‘zo kort mogelijk’  maakt het zelfs spannender, want waar een uitgebreid verteld verhaal alles verraadt, suggereert 1 enkele zin slechts feiten, en moet je als lezer verder alles zelf bedenken.

maart 29, 2009

H. Hogenkamp, Dingen die op liefde lijken.

Op verdienstelijke wijze zet Hogenkamp zijn hoofdpersonage neer als een man die alle lusten en lasten draagt van het moderne leven. Jobs scheiding levert hem het co-ouderschap op. Daarnaast heeft hij al zijn geld verdiend met het opzetten van een datingsite. Mensen hoeven elkaar dus niet meer in een kroeg te ontmoeten als het ook via internet kan. Op en top modern dus. Even zo helder beschrijft de auteur de kern de kern van het liefdesverdriet: “Hij slaat de krant dicht en denkt aan haar. Hij denkt tientallen malen per dag aan haar. […] En dan zijn er nog de tientallen keren per dag dat hij zonder aanleiding aan haar denkt.” Lees meer op de website van Literair Nederland.

maart 17, 2009

Wilders voor minister-president!

Kinderen leren van jongs af aan dat het laten van winden in gezelschap onbeleefd is. De belangrijkste reden hiervoor is natuurlijk dat het onaangenaam ruikt. Niet alleen dat: het klinkt ook nog eens heel erg gek. Niet gek genoeg om het vervelend te vinden, want de meeste mensen schieten in de lach bij het geluid.

 

Gaandeweg, als je ouder wordt, wordt het minder erg om er zo nu en dan eentje te laten vliegen. De kinderlijke angst voor de ouderlijke macht verdwijnt, en je raakt doordrongen van het feit dat gassen nu eenmaal bij het lichaam horen. Je drinkt ook eens wat met vrienden, en waar bier is, zijn… inderdaad. Sterker nog: sommige mensen hebben een relatie, waarin het volkomen normaal is wanneer een partner zo nu en dan een flinke scheet laat. Een zoektochtje op Google wijst uit dat de ruft uit de taboesfeer aan het verdwijnen is. We hebben immers het recht om scheten te laten.

 

De wind blijft natuurlijk iets wat niet hoort. Onze cultuur is er nog steeds op gebaseerd dat we de mensen om ons heen zo min mogelijk ongerief bezorgen. Stel dat ik me op mijn werk niet kan inhouden. Uit het binnenste van mijn lichaam ontstaat een geborrel, dat zich langzaam maar zeker richting endeldarm beweegt. Ik word bang. Er zijn twee collega’s in dezelfde ruimte als ik. Wat kan ik doen? Proberen hem stilletjes te laten, en iemand anders de schuld geven? Gewoon voor de volle lading gaan, en met een lachend gezicht ‘Tja, bruine bonen’ roepen? Gewoon inhouden en mezelf voelen als een net iets te ver opgeblazen ballon? Ik kies natuurlijk voor de weg van het minste gezichtsverlies. Hoewel het een opluchting zou zijn als ik ervan was. Maar ja, die stank!

 

Vandaag las ik dat Geertje W. wel minister-president zou willen worden. Ik bedacht mezelf meteen twee dingen. Ten eerste wordt er veel te veel geschreven over deze man en zijn partij, en alles wat hij in gebrekkig Nederlands zegt. Dat zeg ik niet omdat het hem alleen maar publiciteit bezorgen zou, maar omdat er een tekstuele laag om hem heen gecreëerd wordt die hij niet verdient. Ten tweede wilde ik er wel iets over schrijven, maar het enige wat in me opkwam was de banale overdenking hierboven. Scheten.

maart 17, 2009

De Nederlander

Eindelijk weten we wie we zijn. Iedereen kent natuurlijk het bestaan van Undutchables, maar ook in de digitale ondergrondse kun je zeer precieze omschrijvingen van ons, kaasvolkje, vinden. How to treat the Dutch legt onder andere uit hoe je een Nederlander beledigt, namelijk door te zeggen dat hij eigenlijk geen vredelievend persoon is. Nu ben ik zelf inderdaad niet vredelievend, maar dat is alleen achter andermans rug om…

Verder zijn ‘we’ ook niet tolerant. Maar dat wisten we al, kijk maar op sites als nujij.nl …